Berichten

Dividendbelasting en dividenduitkering

Wanneer dividend uitkeren met het oog op belastingontwikkeling?
Dividendbelasting, een onderwerp waar de laatste tijd veel over gesproken wordt. Tot op heden is de dividendbelasting nog niet afgeschaft. Er gaan de komende tijd meerdere dingen veranderen; denk hierbij aan de diverse belastingtarieven, zowel vennootschapsbelasting als de inkomstenbelasting uit box 2 en 3. Ben je benieuwd wat de gevolgen zijn van de ontwikkelingen als je dividend wilt uitkeren uit jouw onderneming? En welke impact de corona steunmaatregelen hebben? Lees dan verder.

Schulden aan de bv?
De directeur-generaal aandeelhouder (DGA) zal de komende jaren naar verwachting de schulden van hun vennootschap moeten beperken tot maximaal 500.000 euro (exclusief woningschuld). Als je een deel van de schuld wilt wegvegen door middel van een dividenduitkering, is het natuurlijk de vraag wanneer je het beste een bedrag kunt uitkeren van jouw bv. Maar zelfs als je zeer beperkte schulden hebt bij jou bv wil je weten wanneer het voor je fiscaal gunstig uitpakt om dividend uit te keren.

Impact coronacrisis
Vanwege de impact van de coronacrisis heeft het kabinet enkele wijzigingen doorgevoerd. Hieronder zijn de wijzigingen uitgelicht;  

  • Het jaar waarin jouw schuld aan de bv maximaal € 500.000 mag bedragen is met een jaar verschoven naar van 2022 naar 2023.
  • Wie gebruik maakt van de NOW-regeling mag alleen dividend of bonus uitkeren als het steunbedrag onder het bedrag zit waarvoor een accountantsverklaring vereist is.
  • Of voor jou relevante belastingtarieven ook worden aangepast is nog niet duidelijk. Het is mogelijk dat de voorgenomen verlaging van het Vpb-tarief niet doorgaat. Het is dan ook belangrijk om de ontwikkelingen rond Prinsjesdag in de gaten te houden. Hieronder vindt je vooralsnog de tariefontwikkelingen zoals die in Belastingplan 2020 zijn opgenomen.

Ontwikkeling vennootschapsbelasting
Een jaar geleden werden de tarieven vennootschapsbelasting geleidelijk verlaagd. Tot een belastbaar bedrag van € 200.000 bedraagt in 2019 het “mkb-tarief” 19%; boven de € 200.000 geldt het reguliere tarief van 25%. In 2020 blijft het hoge vennootschapsbelastingtarief ongewijzigd. In 2021 zakt het toptarief naar 21,7%, waar eerst nog in een verlaging tot 20,5% was voorzien.

De verlaging van het “mkb-tarief” (tot een belastbaar bedrag van € 200.000) wordt in Belastingplan 2020 echter ongemoeid gelaten. In de artikelsgewijze toelichting valt te lezen dat dit tarief daalt naar 16,5% in 2020 en 15% in 2021.

Andere maatregelen:

  • Bedrijven zullen in de toekomst, in geval van verliezen als gevolg van de ontbinding van een dochteronderneming of het staken van een bedrijfsactiviteit in het buitenland, minder vaak het verlies kunnen aftrekken van de in Nederland gemaakte winst.
  • Bedrijven gaan meer belasting betalen over winst gemaakt met innovatieve activiteiten. Het verlaagde effectieve Vpb-tarief dat zij in de Innovatiebox betalen gaat omhoog van 7%  naar 9% vanaf 1 januari 2021.
  • De betalingskorting die bedrijven in bepaalde situaties kunnen krijgen als zij de vennootschapsbelasting in één keer voldoen wordt per 1 januari 2021 afgeschaft.

Ontwikkelingen inkomstenbelasting
Box 2

Het tarief over inkomsten uit aanmerkelijk belang in box 2 bedraagt in 2019 net als in 2018 25%. Vanaf 2020 gaat het tarief in box 2 stijgen. Het tarief bedraagt 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021.

Belasting 2019 2020 2021
Vennootschapsbelasting 0 – 200.000 19 % 16,5 % 15 %
Vennootschapsbelasting > 200.000 25% 25% 21,7%
Inkomstenbelasting (box 2) 25% 26,25% 26,9%

Box 3
De heffing in box 3 wordt per jaar aangepast aan de rendementsontwikkeling van de verschillende categorieën beleggingen en is daardoor niet vooraf met zekerheid te voorspellen voor de komende jaren. Er is wel meer duidelijk geworden over de vormgeving van box 3. Spaarders zullen als gevolg van de doorgevoerde en voorgenomen wijzigingen minder zwaar worden belast.

Wanneer dividend uitkeren?
De vraag is, wanneer is het uitkeren van dividend gunstig? Gezien de ontwikkelingen in de belastingtarieven is deze vraag te beantwoorden met zo vroeg mogelijk, aangezien de tarieven ieder jaar meer uiteen gaan lopen. Maar de tarieven vormen natuurlijk maar één aspect van het verhaal.

  • Als je gebruik maakt van de NOW-regeling mag je zoals eerder besproken geen dividend uitkeren aan de aandeelhouders van jouw bv als er sprake is van een steunbedrag waarvoor een accountantsverklaring is vereist. Daarnaast mag je geen dividend uitkeren indien je verlengd uitstel van betaling hebt aangevraagd wegens problemen met je liquiditeit.
  • Als de schuld van jouw bv na 2023 meer is dan toegestaan, dan speelt er de volgende vraag: Hoeveel geld kan je voor die tijd aan de bv onttrekken zonder de continuïteit van die bv in gevaar te brengen? Over het uitgekeerde dividend betaal je belasting in box 2, en het uitgekeerde bedrag kun je vervolgens gebruiken om jouw schuld aan de bv te verkleinen. Het hangt van je persoonlijke situatie af hoe veel geld je nodig hebt, hoe vaak je in de komende jaren in staat zult zijn om dividend uit te keren uit jouw bv, en of je op deze manier voor 2023 jouw schuld voldoende kunt beperken.

Laten hoe het was is in het geval van een omvangrijke schuld aan de bv af te raden. Over het teveel aan schuld zou je vanaf 2023 namelijk het dan geldende IB-tarief in box 2 aan de Belastingdienst verschuldigd zijn, wat op basis van de nu geldende voornemens neerkomt op een heffing van 26,9% (tarief voor 2022). Alles wat je voor die tijd kunt aflossen, kost je minder.

Heb je na het lezen van de blog nog vragen over de dividendbelasting of andere zaken? Wacht dan niet en neem contact met ons op! Bel naar 020 2610723 of mail naar info@sfaa.nl. We helpen je graag.

Belastingplan 2017, wat zijn de voorgestelde veranderingen?

Zoals elk jaar is er ook dit jaar weer een belastingplan opgesteld voor het aankomend jaar. Dit belastingplan 2017 is voorzien van allerlei wetsvoorstellen. In de blog van deze week hebben wij een aantal aandachtspunten van het plan aan het licht gebracht.

Burgers betalen minder belasting

Met het belastingplan 2017 zullen de burgers minder belasting betalen. Over het algemeen zal de situatie voor ouderen, jongeren, gezinnen en alleenstaande verbeteren.

Om dit te realiseren, is er een aantal maatregelen voorgesteld.

Maatregelen:

Verhogen algemene heffingskorting

In 2017 zal de algemene heffingskorting met € 48 verhoogd worden. Volgens het belastingplan 2016 zou de heffingskorting in 2017 worden verlaagd naar € 2.206. Voorgesteld wordt om de heffingskorting van € 2.242 in 2016 naar € 2.254 in 2017 te verhogen.

Verhogen ouderenkorting

Naast de heffingskorting vindt er in 2017 ook een verhoging plaats van de ouderenkorting. Deze bedroeg in 2016 € 1.187 en wordt in 2017 € 1.292. De korting zal gelden voor pensioengerechtigden die het verzamelinkomen van € 36.057 niet overschrijden.

Beperken verhoging eindpunt 3e schijf

In 2016 was het eind van de derde schijf vastgesteld op € 66.421. Initieel zou deze eindgrens in 2017 worden verhoogd naar € 67.472. Het voorstel is om deze grens slechts te verhogen naar € 67.072.

Wijzigingen arbeidskorting

De arbeidskorting wordt in 2017 met € 120 verhoogd. Zo is de maximale arbeidskorting in 2016 € 3.103 en wordt deze in 2017 € 3.223. Deze verhoging is € 46 lager dan oorspronkelijk was voorzien.
Hiernaast vindt de afbouw van de arbeidskorting in 2017 eerder plaats dan in 2016. Het beginpunt van de afbouw is in 2016 € 34.015. Dit startpunt wordt verlaagd naar € 32.444 in 2017. Het afbouwpercentage zal ongewijzigd blijven.

 

In onderstaande tabel een duidelijk overzicht van de wijzigingen.

 20162017
Algemene heffingskorting€ 2.242€ 2.254
Ouderenkorting€ 1.187€ 1.292
Eindgrens derde schijf€ 66.421€ 67.072
Arbeidskorting € 3.103€ 3.223
Startpunt afbouw arbeidskorting€ 34.015€ 32.444

Belastingontwijking tegengaan

Elk jaar weer vormt het onderwerp belastingontwijking een belangrijk onderdeel van het fiscaal beleid. Zo wordt ook in het belastingplan 2017 een voorstel gedaan om maatregelen te nemen tegen belastingontwijking.

Maatregelen tegen box 2-beleggen in vrijgestelde beleggingsinstellingen (VBI’s)

Wat is een VBI?
VBI staat voor vrijgestelde beleggingsinstellingen. Een VBI biedt ondernemers de mogelijkheid om belastingvrij geld uit hun vennootschap te kunnen beleggen. Dit betekent dat u als ondernemer geen vennootschapsbelasting en dividendbelasting hoeft te betalen over de beleggingsresultaten. Indien u belastingplichtige bent, kan het in uw voordeel werken om een deel van het overtollige vermogen van uw bv af te splitsen naar een VBI. Hierdoor wordt dat deel niet voor de vennootschapsbelasting belast. Het afsplitsen naar een VBI kan geruisloos waardoor afrekenen over de aanmerkelijkbelangclaim op de aandelen niet hoeft.

Maatregel:

  • Voortaan moet er in box 2 worden afgerekend over de positieve aanmerkelijkbelangclaim

Hiernaast kan de belastingplichtige ook tijdelijk het vermogen van box 3 onderbrengen in een flits-VBI, waarna deze weer wordt teruggehaald naar box 3. Dit vermogen wordt gedurende een periode van ruim één jaar belast in box 2, rekening houdend met het behaalde rendement dat vrij blijft van de vennootschapsbelasting. Dit vermogen wordt ook twee jaar lang niet belast in box 3. Uiteindelijk kan dit leiden tot bijna 50% onbelast vermogen.

Maatregel tegen flits-VBI:

  • Het aanmerkelijk belang wordt naast box 2 ook in box 3 belast, mits het vermogen binnen 18 maanden terugkomt naar box 3.

De derde maatregel

  • Automatisch koppelen van het forfaitaire rendement percentage uit een VBI aan het percentage van de hoogste schijf in box 3 (van dat jaar).

De drie genoemde maatregelen gelden overigens ook voor eventuele beleggingen in buitenlandse beleggingsinstellingen.

De reikwijdte beperken van de toerekeningsstop van afgezonderde particuliere vermogens (APV’s)

Wat houdt de toerekeningsstop in?
De toerekeningsstop gaat dubbele belastingheffing tegen. Dit heeft echter geleid tot onbedoelde gevolgen. Zo wordt er door de toerekeningsstop bijna geen belasting betaald in Nederland, maar ook (bijna) niet in het land waar de APV is gevestigd. Het voorstel is daarom om de reikwijdte te beperken van de toerekeningsstop van APV’s. Op de website Rijksoverheid.nl kunt u hier meer over lezen.

Aanpassing innovatie box

Wat is innovatie box?
De belastingdienst stimuleert innovatief onderzoek door ondernemers. Deze ondernemers kunnen dan genieten van het fiscale voordeel van de innovatie box. Echter, hier wordt weleens misbruik van gemaakt. Zo kunnen er bijvoorbeeld in een ander land immateriële vast activa worden ontwikkeld en deze kunnen dan worden verschoven naar een land waar er een laag belastingtarief wordt betaald over de behaalde winst.

Om dit tegen te gaan wordt de Nexus benadering voorgesteld. De Nexus benadering houdt in: het feit dat er substantiële economische activiteiten zijn, wordt bepaald aan de hand van de verdeling van de uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk tussen vennootschappen van een concern. Zo beperkt men bedrijven die voordeel willen halen uit de innovatie box door veel onderzoekswerk uit te besteden.

Hiernaast worden ook de toegangsvoorwaarden tot de innovatie box aangescherpt. Centraal hierbij staat de S&O-verklaring (zie link innovatie box).

Tot slot wordt er ook onderscheid gemaakt tussen grote belastingplichtigen (netto groepsomzet > € 50 miljoen of brutovoordelen > €  7,5 miljoen) en kleine belastingplichtigen.

DGA: Uitfasering pensioen in eigen beheer en wettelijk minimumloon

Een directeur grootaandeelhouder krijgt ook te maken met nieuwe regelingen betreffende het opbouwen van pensioen in eigen beheer. Het opbouwen van pensioen in eigen beheer is namelijk volgens de nieuwe regeling niet meer mogelijk.

Wat zijn nu de opties voor een dga?

  • DGA’s kunnen hun pensioen in eigen beheer afkopen met flink belastingvoordeel
  • DGA’s kunnen het opgebouwde pensioen omzetten in een oudedagsverplichting

Verruiming eerste tariefschijf

Voorts zal er in 2018 ook een verschuiving plaatsvinden van de eerste tariefschijf. Zo wordt de vennootschapsbelasting van 20% verruimd van € 200.000 naar € 250.000. In 2020 zal de verruiming van € 250.000 naar € 300.000 zijn en in 2021 van € 300.000 naar € 350.000.

Daarnaast wordt het dga’s van een innovatieve startup vanaf 1 januari 2017 toegestaan om alleen het wettelijk minimumloon verdienen. Dit leidt ertoe dat er meer kapitaal overblijft voor groeimogelijkheden.

Teruggave dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders

In het belastingplan 2017 wordt er in de dividendbelasting een teruggaafregeling ingevoerd. Deze regeling houdt in dat buitenlandse aandeelhouders teveel ingehouden dividendbelasting in Nederland kunnen terugvragen. Buitenlandse aandeelhouders kunnen, in tegenstelling tot Nederlandse aandeelhouders, de dividendbelasting niet opgeven als voorheffing. Deze vormt juist een naheffing. Dit leidt ertoe dat een buitenlandse aandeelhouder sneller te veel belasting betaalt. Hierbij geldt echter wel de voorwaarde dat buitenlandse aandeelhouders de belasting alleen mogen terugvragen indien zij meer hebben betaald dan dat ze zouden moeten betalen als ze Nederlandse aandeelhouders zouden zijn. Hiernaast mogen zij ook de in Nederland betaalde belasting niet kunnen verrekenen in eigen land.

Een oninbare vordering eenvoudiger terugvragen

Stel, u ontvangt geen betaling van een factuur die u naar een klant heeft gestuurd. U hebt zelf wel de btw erover betaald, maar niets ontvangen. De door u betaalde btw kunt u dankzij de nieuwe regeling gemakkelijker terugvragen. Voorheen bleek dit nogal een lastige opgave te zijn die veel tijd in beslag nam. De nieuwe regeling stelt dat een vergoeding oninbaar is indien deze na 1 jaar nog niet is betaald. Indien er later wel de gedeeltelijke of volledige betaling wordt gedaan, dient de ondernemer de belasting daarover weer te betalen.

Minimumloon naar 21 jaar

Ook het minimumloon is een van de onderwerpen in de nieuwe wetsvoorstellen. Zo wordt de leeftijd van het minimumloon van 23 jaar (zoals het nu is) verlaagd naar 21 jaar. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de jongeren die 18, 19 of 20 zijn. Gelukkig is daar ook over nagedacht en zal ook het loon voor hen stijgen.

Loonkostenvoordeel voor werknemer met laag inkomen

Onder de nieuwe regelingen voor 2017 valt ook het loonkostenvoordeel. Dit houdt in dat werkgevers lagere loonkosten hebben. De lagere loonkosten zorgen ervoor dat werknemers goedkoper zijn om in dienst te nemen. Dit geldt voor werknemers die een inkomen hebben van maximaal 120% van het minimumloon. De werkgevers kunnen profiteren van premiekortingen waardoor het gemakkelijker wordt om zowel ouderen als mensen met een beperking aan te nemen.

Weigeren VOG op basis van politiegegevens

De politiegegevens dienen nu enkel als ondersteuning voor justitiële gegevens in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS). Met ingang van 2017 is het mogelijk dat de VOG die de medewerker krijgt op basis van alleen politiegegevens wordt geweigerd door Justis.

Tot slot

De in deze blog benoemde voorstellen hebben nog wel goedkeuring van de Eerste en Tweede kamer nodig. Wij houden dit nauwlettend in de gaten. Wilt u hiervan op de hoogte blijven? Of hebt u andere vragen over het belastingplan 2017? Laat het ons dan weten! U kunt ons bellen op het nummer 020-2610723 of een email sturen naar info@sfaa.nl.