Berichten

Het regeerakkoord: Wat verandert er voor bedrijven?

Het regeerakkoord is openbaar gemaakt en het ziet er voor particulier en ondernemer goed uit! In deze blogserie gaan we na wat dit voor jou betekent. We hebben de belangrijkste zaken voor je op een rij gezet. Dit is geen compleet beeld van álle maatregelen, maar een samenvatting van de punten die het belangrijkst zijn voor ondernemers.

In deze blog leggen we uit wat de gevolgen zijn van het nieuwe regeerakkoord voor jouw bedrijf.

Het hele regeerakkoord lezen en de presentatie terugkijken kan hier.

Werknemers

Om te voorkomen dat vaste werknemers, flexwerkers en zzp-ers elkaars concurrenten worden, wordt er gewerkt aan een beleid waarbij vast minder vast wordt en flexwerk minder flex.
De ambitie die in het regeerakkoord wordt uitgesproken is dat meer mensen een contract voor onbepaalde tijd krijgen en dat schijnzelfstandigheid wordt aangepakt.

De lasten op arbeid zullen fors verlaagd worden, om werken meer te laten lonen.

Het kabinet wil diverse maatregelen nemen om het werkgeverschap aantrekkelijker te maken. Onderdelen hiervan zijn:

Makkelijker ontslag wanneer verschillende issues (zoals verwijtbaar handelen, disfunctioneren of een verstoorde arbeidsrelatie) die los van elkaar niet genoeg zijn voor ontslag tegelijk aan de orde zijn. Hier staat wel tegenover dat de rechter een hogere vergoeding voor de werknemer kan toekennen.

Werknemers hebben volgens de plannen in dit regeerakkoord niet meer pas recht op een transitievergoeding als ze twee jaar in dienst zijn geweest, maar vanaf het begin. Wel wordt de mogelijkheid verruimd om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding. Twee knelpunten met de transitievergoeding worden opgepakt, bij langdurige arbeidsongeschiktheid wordt de werkgever gecompenseerd voor de transitievergoeding en bij ontslag om bedrijfseconomische redenen is er geen transitievergoeding. Ook als een werkgever zijn bedrijf stopzet, zal er worden gecompenseerd voor de transitievergoeding.

De ambitie is om het tarief voor de WW-premie zo aan te passen dat het aanbieden van een vast contract aantrekkelijker wordt.

Met verschillende maatregelen wordt het in dienst hebben van een medewerker flexibeler. Er is een maximum aan het aantal keren dat een tijdelijk contract mag worden aangeboden. Als hier een periode van 6 maanden bij is, staat de teller weer op nul. Wat nieuw is, is dat er ruimte komt om in bepaalde gevallen, zoals bij seizoenswerk, van de 6 maanden norm af te wijken. Nu gaan na 2 jaar elkaar opvolgende tijdelijke contracten om in een vast contract, dit wordt 3 jaar. Je mag dus langer tijdelijke contracten aanbieden. De maximale proeftijd wordt verlengd, afhankelijk van het contract dat wordt aangeboden.

De loondoorbetaling bij ziekte zorgt voor veel zorgen, met name bij kleine werkgevers. Dit kan voor een periode van 2 jaar een grote kostenpost vormen doordat je personeel betaalt dat niet productief is. Deze periode waarin de werkgever deze kosten draagt wordt voor MKB bedrijven verkort naar één jaar. De verplichting voor loondoorbetaling gaat dan over naar het UWV. Wel blijft de ontslagbescherming in stand, een arbeidsongeschikte werknemer kan voor 2 jaar niet worden ontslagen. Er komt een premie die MKB bedrijven betalen om deze kosten te dekken. Het risico op hoge of ondraagbare kosten wordt dus in feite vervangen door een vaste premie. Ook de periode van premiedifferentiatie in de WGA wordt gehalveerd, wat ook voor een lastenverlichting bij ziekte zorgt.

Om de positie van payrollers te versterken, moeten hun arbeidsvoorwaarden ten minste gelijk zijn aan die bij het bedrijf dat de payrollers inhuurt. Ook voor uitzendkrachten zal er meer sociale zekerheid komen, waardoor het inhuren duurder wordt.

Inhuur van ZZP-ers

De wet DBA, waarvan de handhaving per 1 januari 2018 zou starten, wordt vervangen door een nieuwe wet. De doelstelling is om enerzijds bij de inhuur van zelfstandigen de zekerheid te bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid te voorkomen. De modelcontracten worden dan dus niet meer gebruikt.

In de nieuwe wet zal in ieder geval worden opgenomen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst bij de combinatie van een laag tarief in combinatie met een langdurige overeenkomst of het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Van een laag tarief is sprake als het tarief minder is dan 125 % van het minimumloon of lager is dan de laagste loonschalen in de relevante cao’s. Het minimumtarief zal waarschijnlijk rond de € 15 tot € 18 per uur uitkomen. Een langdurig contract is langer dan 3 maanden.

Aan de bovenkant van de markt (een hoog tarief in combinatie met een korte overeenkomst of niet reguliere bedrijfsactiviteiten) komt er een opt-out regeling voor de loonbelasting en werknemersverzekeringen. Een hoog tarief wordt waarschijnlijk vanaf € 75 per uur, een korte duur wordt waarschijnlijk korter dan een jaar.

Voor zelfstandigen boven het lage tarief wordt een opdrachtgeversverklaring ingevoerd. Via een webtool geeft de opdrachtgever antwoord op enkele vragen over de aard van de werkzaamheden en de gezagsverhouding. Als deze naar waarheid is ingevuld, kan de opdrachtgever gevrijwaard worden van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.

Na invoering van deze nieuwe regelgeving zal er een jaar terughoudend gehandhaafd worden. In dat jaar heeft de belastingdienst een meer adviserende rol.

Ondernemen

De wet- en regelgeving zal worden gemoderniseerd om beter aan te sluiten op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Daarnaast is de ambitie om de regeldruk te verminderen. Om dit te bereiken gaan de diverse inspecties beter met elkaar samenwerken. De regelvrije zones voor proefprojecten en testlocaties worden vergroot, waardoor er onder andere meer ruimte ontstaat om te experimenteren met drones.

De overheid gaat ook bij haar eigen inkopen meer inzetten op duurzame transities en het inschakelen van kwetsbare groepen. Daarnaast moeten aanbestedingen toegankelijker worden voor het MKB en verlaagt de overheid haar betalingstermijn, alle facturen aan de overheid worden in 30 dagen betaald.

Er zal een Nederlandse financierings- en ontwikkelingsinstelling worden opgezet, InvestNL. Hiervoor komt 2,5 miljard euro beschikbaar.

Er zullen maatregelen genomen worden om bedrijven uit vitale sectoren te beschermen tegen overnames. Voor deze overnames is goedkeuring van de overheid nodig. Hierbij kunnen ook voorwaarden worden gesteld door de overheid.

Om ondernemingen te beschermen tegen de invloed van activistische aandeelhouders komen er twee maatregelen:

Beursgenoteerde ondernemingen die op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders te maken krijgen met een voorstel voor een fundamentele strategiewijziging kunnen een bedenktijd van maximaal 250 dagen inroepen.

Beursgenoteerde bedrijven met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro krijgen de mogelijkheid aandeelhouders met een belang van meer dan 1 % te vragen zich te registreren bij de AFM als grootaandeelhouder.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) zal een speciaal team oprichten op het gebied van digitale mededinging. Hiermee kan beter worden opgetreden tegen machtsmisbruik van dominante spelers op de markt. Ook krijgt de ACM een speciaal team voor de voedselketen.

De Wet Markt en Overheid zal worden aangescherpt om ongewenste concurrentie tussen overheden en bedrijven te voorkomen.

De positie van franchisenemers zal worden versterkt met aanvullende wetgeving.

De overheid beschikt over een grote hoeveelheid data. Deze worden vindbaar en toegankelijk gemaakt in de vorm van open data.

Start-ups en publiek-private samenwerking met MKB bedrijven zullen worden gestimuleerd.

Belastingen

In de belastingen zal er veel veranderen. De doelstelling is om werk, winst en vermogen minder te belasten. Daartegenover zullen consumptie en klimaatimpact zwaarder belast worden.

De vennootschapsbelasting zal worden verlaagd van 20 % (t/m € 200.000 winst) en 25 % (boven € 200.000 winst) naar 16 % (t/m € 250.000) en 21 % (boven € 250.000) vanaf 2021. Hier tegenover staat wel een beperking van de renteaftrek en een beperking van de mogelijkheden om verliezen in het ene jaar te compenseren met winst in andere jaren.

De dividendbelasting zal worden afgeschaft. Hierdoor ontvang je meer dividend, van het vastgestelde dividend wordt geen belasting meer ingehouden. Dit (hogere) dividendbedrag wordt wel belast als inkomsten in box 2.

Er komen diverse fiscale en organisatorische maatregelen om het gebruik van Nederland als land met gunstig belastingregime te beperken.

De belasting over het inkomen in box 2 zal in stappen worden verhoogd van 25 % naar 28,5 % in 2021. Dit is de belasting die je betaalt over het voordeel uit aanmerkelijk belang (een belang van minimaal 5 %), zoals dividend.

De inkomstenbelasting zal worden verlaagd en versimpeld. Er komt een basistarief van 36,93 % en een hoog tarief van 49,5 %. De grens tussen deze tarieven komt op € 68.600. Dit is een versimpeling ten opzichte van het huidige systeem met 4 schijven (36,55 %, 40, % (in twee schijven gelijk), en 52 %). In dit huidige systeem begint het hoogste tarief bij € 67.072 Alleen mensen met een inkomen t/m € 19.981 gaan er op achteruit ten opzichte van 2017. Daarnaast worden de algemene heffingskorting en de arbeidskorting verhoogd.

Het lage btw tarief, voor onder andere voeding, zal in 2019 worden verhoogd van 6 % naar 9 %.

De belasting in box 3 zal beter worden aangesloten op het werkelijke rendement dat op sparen wordt behaald. Bovendien wordt de drempel voor het betalen van vermogensbelasting verhoogd van € 25.225 naar € 30.000.

Een groot deel van de aanpassingen in de belastingen zal pas in de tweede helft van de regeerperiode worden doorgevoerd. De belastingdienst moet hier namelijk eerst op inspelen.

Klimaatmaatregelen

Om de klimaatdoelstelling van Parijs te halen (een maximale opwarming van de aarde van 1,5 graden Celsius) zijn er veel maatregelen aangekondigd. Zo zal de uitstoot van broeikasgassen met 49 % verminderen ten opzichten van 1990. Er komt een nationaal Klimaat- en energieakkoord om hier vorm aan te geven. Dit wordt verankerd in een klimaatwet.

De energiebelasting zal aangepast worden om de belasting op gas en elektriciteit vanuit CO2-optiek evenwichtiger te maken. Zo wordt er onder andere een minimumprijs voor CO2-uitstoot ingevoerd.

In het regeerakkoord staat het voornemen om een kilometerheffing in te voeren voor het vrachtverkeer (“MAUT”). Het systeem voor de registratie van de kilometers zal aansluiten op de systemen in onze buurlanden.

Voor verschillende branches, zoals de woningbouw en sportverenigingen, komt er stimulering om de gebouwen te verduurzamen. Ook zullen de energie-eisen voor nieuwbouw worden aangescherpt.

Het kabinet zal de circulaire economie stimuleren door onder andere de ontwikkeling en verspreiding van kennis en best practices en het oplossen van knelpunten in de regelgeving en handhaving.

Tot slot

Meer lezen? Lees ook onze blogs over veranderingen voor jou privé en kansen voor bedrijven.

Bij SFAA denken we mee met ondernemers. We kijken verder dan de cijfers, ook naar bijvoorbeeld de wet- en regelgeving die voor jou relevant is en ontwikkelingen die kansen bieden. Wil je in een persoonlijk gesprek nagaan wat het nieuwe regeerakkoord voor jou en je bedrijf betekent? Maak dan snel een afspraak met een van onze adviseurs! Bel ons op 020-2610723 of mail naar info@sfaa.nl.

 

Het regeerakkoord: Wat verandert er voor jou?

Het regeerakkoord is eindelijk openbaar gemaakt. In deze blogserie gaan we na wat dit voor jou betekent. We hebben de belangrijkste zaken voor je op een rij gezet. Dit is geen compleet beeld van álle maatregelen, maar een samenvatting van de punten die het belangrijkst zijn voor ondernemers.

In deze blog leggen we uit wat de gevolgen zijn van het nieuwe regeerakkoord voor jouw persoonlijke situatie.

Het hele regeerakkoord lezen en de presentatie terugkijken kan hier.

Persoonlijke situatie

Er zal een aanzienlijke verlenging komen van het kraamverlof voor partners. Dit wordt per 1 januari 2019 verlengd van twee dagen naar vijf dagen. Daarbovenop betaalt ook het UWV drie dagen extra kraamverlof. Per 1 juli 2020 komt er een extra verhoging van nog eens vijf weken in het eerste half jaar na de geboorte. In deze periode krijgt de werknemer een doorbetaling van 70 % van het loon door het UWV. Dit zijn dus geen extra kosten voor de werkgever. Ook bij adoptie wordt de periode van verlof verlengd.

De kinderopvangtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget zullen worden verhoogd.

De fiscale aftrek voor scholingskosten in de inkomstenbelasting zal worden vervangen door een individuele leerrekening.

Het pensioenstelsel zal worden vernieuwd. Het pensioen blijft een levenslange uitkering waardoor je niet het risico loopt dat de uitkering op een gegeven moment stopt. De pensioenen zullen ondergebracht worden in persoonlijke potjes. Er komt een collectieve buffer om tegenvallers op te vangen. Het systeem waarbij jongeren relatief weinig betalen en ouderen relatief veel voor hun pensioen zal komen te vervallen. Hierdoor wordt het overstappen van pensioenfonds makkelijker. Verder gaan de sociale partners een nieuw pensioencontract ontwikkelen, begin 2018 moet er overeenstemming zijn.

Door de hele combinatie van maatregelen is de verwachting dat uiteindelijk de koopkracht van huishoudens zal toenemen met 1 % per jaar. Dit is echter slechts een gemiddelde, veel hangt af van jouw persoonlijke situatie.

Tot Slot

Meer lezen? Lees ook onze blogs over kansen voor ondernemers en veranderingen voor bedrijven!

Bij SFAA denken we mee met ondernemers. We kijken verder dan de cijfers, ook naar bijvoorbeeld de wet- en regelgeving die voor jou relevant is en ontwikkelingen die kansen bieden. Wil je in een persoonlijk gesprek nagaan wat het nieuwe regeerakkoord voor jou en je bedrijf betekent? Maak dan snel een afspraak met een van onze adviseurs! Bel ons op 020-2610723 of mail naar info@sfaa.nl.

Het regeerakkoord: waar liggen de kansen?

Het regeerakkoord is openbaar gemaakt. In deze blogserie gaan we na wat dit voor jou betekent. We hebben de belangrijkste zaken voor je op een rij gezet. Dit is geen compleet beeld van álle maatregelen, maar een samenvatting van de punten die het belangrijkst zijn voor ondernemers.

In deze blog leggen we uit wat de kansen zijn voor jouw bedrijf als gevolg van het nieuwe regeerakkoord.

Het hele regeerakkoord teruglezen en de presentatie terugkijken kan hier.

Veiligheid

Een investering van 267 miljoen euro zal gedaan worden in de nationale politie voor onder andere meer agenten in de wijk en rechercheurs. Ook wordt de digitale veiligheid hiermee vergroot. Daarnaast wordt er extra geïnvesteerd in het Team Internationale Misdrijven. In cybersecurity wordt structureel 95 miljoen euro geïnvesteerd, hiermee worden de personele capaciteit en ICT middelen van onder andere de departementen voor meerdere departementen uitgebreid. Daarnaast wordt er een ambitieuze cybersecurity agenda opgesteld. Voor de uitvoering van de Wet Computercriminaliteit II komt 10 miljoen euro extra beschikbaar, onder andere voor de aankoop van hacksoftware door de opsporingsdiensten.

Onderwijs en onderzoek

Voor de versterking van de vroeg- en voorschools onderwijs zal 170 miljoen euro worden uitgetrokken. Hiermee zal aan achterstandsleerlingen 16 uur per week aan extra ondersteuning worden gegeven. Ook voor de latere leerjaren is er een budget van 15 miljoen euro per jaar voor het onderwijsachterstandenbeleid. Hetzelfde bedrag wordt uitgetrokken voor hoogbegaafde kinderen. Om laaggeletterdheid terug te dringen wordt het budget verhoogd met 5 miljoen euro per jaar.

In het vergroten van het aanbod en het verhogen van de kwaliteit van het techniekonderwijs voor het VMBO komt structureel 100 miljoen euro per jaar beschikbaar. Ook in het hoger onderwijs komt meer geld beschikbaar voor fundamenteel technisch onderzoek, dit wordt opgebouwd tot jaarlijks 200 miljoen euro vanaf 2020. Een zelfde investering vindt plaats in het toegepast onderzoek.

Daarnaast komt er voor zowel fundamenteel als toegepast onderzoek 50 miljoen euro beschikbaar voor het verbeteren van de onderzoeksinfrastructuur. Bij het beschikbaar stellen van onderzoeksbudget zijn de Nationale Wetenschapsagenda en het topsectorenbeleid leidend.

Voor wetenschappelijk onderzoek worden ‘open science’ en ‘open access’ de norm.

Zorg

In de ouderenzorg zal het nieuwe kabinet ruim 2 miljard euro investeren. Een deel hiervan gaat naar het ouder worden in de eigen omgeving. Het overgrote deel van het budget gaat naar het voldoen aan de nieuwe normen voor goede zorg in verpleeghuizen. Gedurende deze kabinetsperiode wordt er ook 40 miljoen euro beschikbaar gesteld voor e-health, daarna wordt dit 5 miljoen euro per jaar.

Voor preventie en gezondheidsbevordering komt deze kabinetsperiode 170 miljoen euro beschikbaar, daarna 20 miljoen euro per jaar. Hiervoor wordt er een nationaal preventieakkoord gesloten met patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen  en sportbonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Vooral op de aanpak van roken en overgewicht komt de focus te liggen.

Woningmarkt

De gemeenten krijgen meer vrijheid in het beleid voor de woningmarkt. De productie van woningen zal worden aangejaagd. Met name moeten er meer betaalbare huurwoningen in de vrije sector komen. Om woningen te verduurzamen wordt 100 miljoen euro per jaar gereserveerd. Nieuwbouwhuizen zullen aan het eind van de kabinetsperiode in de regel niet meer op gas verwarmd worden.

De maximale hypotheek in relatie tot de waarde van het huis zal worden verlaagd. Dit percentage is 101% vanaf januari 2017 en 100% vanaf 1 januari 2018.

De aftrek van de hypotheekrente zal in stappen van 3 procentpunt per jaar worden afgebouwd. Dit is een versnelling van de afbouw. Er zal echter worden gecompenseerd via het eigenwoningforfait.

Tot slot

Meer lezen? Lees ook onze blogs over de veranderingen voor personen en veranderingen voor bedrijven.

Bij SFAA denken we mee met ondernemers. We kijken verder dan de cijfers, ook naar bijvoorbeeld de wet- en regelgeving die voor jou relevant is en ontwikkelingen die kansen bieden. Wil je in een persoonlijk gesprek nagaan wat het nieuwe regeerakkoord voor jou en je bedrijf betekent? Maak dan snel een afspraak met een van onze adviseurs! Bel ons op 020-2610723 of mail naar info@sfaa.nl.

Wat is het UBO-register en wat moet je ermee?

Ben je ondernemer en voor meer dan 25 procent eigenaar van een bedrijf? Grote kans dat je je dan binnenkort moet registreren bij het UBO-register. In dit artikel leggen we uit wat het UBO-register nou precies is en hoe jij als ondernemer er mee te maken kan krijgen.

Wat is het UBO-register?

Alle EU lidstaten moeten op een rijtje hebben welke personen de eigenaren of de grootste aandeelhouders van bedrijven, stichtingen, verenigingen etc. zijn. Zo is het zichtbaar welke mensen  verantwoordelijk zijn voor welke ondernemingen en financiële transacties.

Dit wil de EU weten om witwaspraktijken, terrorismefinanciering en Fraude tegen te gaan.

Wat is een UBO?

UBO is een afkorting voor “Ultimate Benificial Owner”. Wat zoveel betekent als uiteindelijke belanghebbende eigenaar. In het deels openbare register komt te staan wie er uiteindelijk een belang heeft van meer dan 25 procent in een onderneming. Dit kunnen dus meerdere personen per onderneming zijn. Zijn er zoveel aandeelhouders dat niemand voor meer dan 25 procent eigenaar is? Dan moet de onderneming een hoger leidinggevende aanwijzen, die wordt dan pseudo-UBO genoemd.

Geldt de UBO registratieplicht ook voor jou?

Niet elke ondernemer krijgt te maken met de UBO registratieplicht. Eenmanszaken vallen nu nog buiten de regeling. Verder geldt dat als je een belang hebt van > 25% in een Bv, nv, stichting of vereniging.

De bv’s, nv’s, stichtingen en verenigingen moeten zich straks registeren. Er zijn nog een paar specifieke uitzonderingen, zoals trusts en buitenlandse ondernemingen. Maar die kunnen wel een registratieplicht hebben in een ander land. De schatting is dat er ongeveer 1,5 miljoen registraties komen.

Vanaf wanneer moet je je registreren?

De planning was dat het register voor 27 juni 2017 van start zou gaan, maar die deadline is niet gehaald. Volgens de nieuwe planning gaat de wet die ten grondslag ligt aan het register het komende halfjaar in. Zodra de wet ingaat, heb je 18 maanden de tijd om de gegevens aan te leveren. Hoe je dit moet doen zal later volgen in een blog, want het is momenteel nog niet duidelijk hoe de vennootschap zich moet registreren.

Welke gegevens worden geregistreerd?

De gegevens van de UBO’s die voor iedereen inzichtelijk worden zijn:

  • Naam;
  • Geboortemaand en -jaar;
  • Nationaliteit;
  • Woonstaat en
  • Aard en omvang van het economische belang van de UBO in de onderneming.
  • Daarnaast zijn er nog gegevens die niet openbaar worden, maar wel inzichtelijk voor bepaalde autoriteiten zoals bijvoorbeeld het openbaar ministerie, politie en de belastingdienst. Dit zijn:
  • BSN of buitenlands fiscaal identiteitsnummer (TIN);
  • Geboortedatum;
  • Geboorteland en -plaats en
  • Woonadres.

UBO-register en privacy

Er zijn veel zorgen over de openbaarheid van de persoonlijke gegevens. Onder andere de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, VNO-NCW en MKB-Nederland hebben hun zorgen uitgesproken. In Frankrijk is al bepaald dat een dergelijk register ongrondwettelijk is, in verband met het recht op privacy.

Om tegemoet te komen aan de zorgen kan straks niet iedereen zomaar in het register kijken. Iedereen die het UBO-register raadpleegt wordt geregistreerd en in uitzonderlijke situaties kan informatie worden afgeschermd. Bijvoorbeeld bij dreiging van kidnapping.

Bedrijven die niet opgenomen willen worden in het register kiezen er al regelmatig voor zich te vestigen buiten de EU of in een lidstaat waar de gegevens minder makkelijk te raadplegen zijn. Met name filantropische instellingen en familiebedrijven kiezen hiervoor.

Nog veel onduidelijk

Hoe het register er straks precies uitziet is niet helder. De wetgeving rondom het register is namelijk nog niet definitief. Zo gaan er bijvoorbeeld stemmen op om de grens voor registratie te verlagen van 25 procent naar 10 procent. Er ligt een voorstel om deze lagere grens in te voeren voor die bedrijven die een verhoogd risico hebben op witwassen en belastingontwijking. Mede met het oog op de Brexit is er ook een voorstel om de registratieplicht te koppelen aan het land waar bedrijven hun activiteiten uitvoeren, los van waar het eigendom is.

Kom je er niet uit? We helpen je straks natuurlijk graag met de UBO-registratie. Wij houden de ontwikkelingen goed bij en kunnen de registratie ook voor je doen. Bel of mail ons gerust voor meer informatie: info@sfaa.nl / 0202610723 en vraag naar Daniël Klaassen.

 

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, hoe maakt u daar gebruik van?

Belastingvoordeel halen uit uw investeringen in bedrijfsmiddelen in 2016? Onder bepaalde voorwaarden kunt u gebruik maken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Vanaf een investeringsbedrag van €2300 kunt u in aanmerking komen voor de investeringsaftrek. Wanneer u BTW op de investering terug kunt krijgen, dan gaat het om het aanschafbedrag exclusief BTW. Hebt u geen recht op BTW-aftrek, bijvoorbeeld omdat u alleen vrijgestelde prestaties verricht, dan gaat u uit van het investeringsbedrag inclusief BTW.

Berekening kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

U dient de investeringsaftrek aan te vragen in het boekjaar waarin u de belastingverplichting aangaat. Het bedrag van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek hangt af van het geïnvesteerde bedrag in het boekjaar. In onderstaande tabel kunt u vinden tot welk bedrag uw investeringsaftrek kan oplopen. Deze tabel geldt voor 2016, en is afkomstig van de website van de belastingdienst.

Investering (€) Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
< 2.300 0%
2.301 tot en met 56.024 28% van het investeringsbedrag
56.025 tot en met 103.748 € 15.687
103.749 tot en met 311.242 € 15.687 verminderd met 7,56% van het deel van het investeringsbedrag boven € 103.748
311.243 en meer 0%

Heeft u voor dit jaar een geïnvesteerd bedrag dat onder de €2300 zit, dan is het in veel gevallen raadzaam vóór het einde van 2016 dit bedrag te verhogen zodat u boven de €2300 eindigt. Het zal u wellicht verrassen, maar u kunt dan 28% van het totale bedrag aftrekken! Waar een aftrek van minstens €644 (2301 x 28%) mee gepaard gaat.Let op!

Omgerekend betekent dit dat u voor 2016 in absolute waarde vanaf €1656 (2300 – 644) beter net boven de €2300 kunt zitten!

Daarnaast is het handig om erbij stil te staan dat het mogelijk is om een investering dit jaar al te doen in plaats van volgend jaar. Bijvoorbeeld:

U heeft over 2016 een geïnvesteerd bedrag van €20.000 en verwacht over 2017 een bedrag van €1.000 te investeren. U kunt dan, indien mogelijk, de investering van €1.000 beter in 2016 doen. In dat geval kunt u in 2016 over een totaalbedrag van €21.000 in aanmerking komen voor de KIA, waar dit bij een bedrag van €1.000 over 2017 niet mogelijk is.

Voorwaarden kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Sommige investeringen kunnen niet in aanmerking komen voor de KIA. Het gaat dan om:

  • Investeringen in bepaalde bedrijfsmiddelen, zoals:
  • Woonhuizen, gronden, dieren
  • Personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer, vaartuigen voor representatieve doeleinden
  • Effecten, vorderingen, goodwill, publiekrechtelijke vergunningen
  • Bedrijfsmiddelen die bestemd zijn voor verhuur of verbruik in het buitenland.
  • Transacties tussen een lichaam en personen of rechtspersonen (bijvoorbeeld bv’s en nv’s) die voor ten minste een derde deel een belang hebben in dat lichaam. Als u bijvoorbeeld aandeelhouder bent van een bv en u verkoopt een bedrijfsmiddel aan de bv, dan heeft de bv geen recht op investeringsaftrek.

Daarnaast moet elke individuele investering minimaal €450 (exclusief BTW) bedragen.

Bent u benieuwd of u in aanmerking komt voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek? Of wilt u meer weten over aftrekposten voor uw onderneming? Klik dan hier of neem vrijblijvend contact met ons op via 020-2610723.

Welke gevolgen heeft de Brexit voor uw organisatie? SFAA zocht het uit!

Zoals u ongetwijfeld heeft meegekregen heeft Groot-Brittannië op 23 juni jl. gestemd voor een Brexit. Wat dit inhoudt voor Nederlandse bedrijven hebben we voor u op een rijtje gezet.

Hoe zat het ook al weer?

Op 23 juni 2016 heeft het Groot-Brittannië in een referendum besloten om de Europese Unie te verlaten. Echter, zolang het Groot-Brittannië de Europese Unie formeel nog niet heeft verlaten, blijven de huidige EU-rechten gewoon van toepassing. Het duurt vanaf de start van de artikel 50 procedure in principe maximaal twee jaren voordat het Groot-Brittannië uittreedt, tenzij de onderhandelingen over de uittreding langer zal duren. Het vertrek van het Groot-Brittannië uit de Europese Unie heeft directe gevolgen voor u als u zakendoet met bedrijven in Engeland, Schotland, Noord-Ierland, Wales en verschillende Caribische gebieden (zoals Gibraltar). Overigens wordt er flink gespeculeerd in enkele landen om alsnog in de Europese Unie te blijven en is nog lang niet zeker hoe de Brexit eruit komt te zien.

Uiteraard is er nog een hoop onduidelijkheid op dit moment over wat de gevolgen zouden zijn voor zowel Groot-Brittannië als de Europese Unie. Veel hangt af hoe het Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapt. Naast de spanningen in de Europese politiek zal dit ook de nodige fiscale gevolgen hebben. Wij zullen een aantal fiscale aspecten behandelen.

Welke gevolgen heeft een Brexit op de indirecte belasting?

(Omzetbelasting of btw)

De omzetbelasting is in de Europese Unie gestandaardiseerd op basis van een richtlijn en een enkele verordening. Zo kunnen lidstaten op enkele onderdelen een eigen invulling geven aan de btw. Op het moment dat het Groot-Brittannië de Europese Unie verlaat kan het Groot-Brittannië geheel naar eigen inzicht aanpassingen aanbrengen, of zelf overstappen naar een geheel ander stelsel van omzetbelasting.

Wat betekent dit voor uw handel?

Waar u nu nog bij handelstransacties met het Groot-Brittannië de regelgeving voor intracommunautaire transacties (bij goederen) of de verleggingsregeling (bij diensten) hanteert, moet u deze straks kwalificeren als import en export van goederen en diensten. Voor goederen betekent deze verandering dat u bij export naar het Groot-Brittannië de nodige exportdocumenten dient op te maken voor de douane en een dossier aan te leggen als bewijs voor het terecht toepassen van het nultarief.

(Douane- of importheffingen)

Binnen de Europese Unie worden geen importheffingen toegepast. Alleen ten opzichte van ‘derde landen’ is dat het geval. Op het moment dat het Groot-Brittannië de Europese Unie verlaat kan ze importheffingen invoeren ten opzichte van de Europese lidstaten en vice versa.

(Accijnzen)

Accijnzen zijn binnen de Europese Unie in zekere mate gestandaardiseerd, maar ook hier kunnen lidstaten in grote mate wijzigingen toepassen. In het geval dat het Groot-Brittannië de Europese Unie verlaat, kan men de accijnzen handhaven, aanpassen of geheel afschaffen.

Welke gevolgen heeft een Brexit op de directe belasting?

(Algemeen)

Er zijn ook gevolgen voor de directe belasting. Dit zijn belastingen op inkomen, winst en vermogen. De lidstaten zijn in beginsel geheel vrij in de vormgeving. Het is wel zo dat er enkele richtlijnen zijn die een aantal aspecten betreffende de directe belastingen regelen. Deze richtlijnen zijn net als bij de directe belastingen in het nationale recht geïmplementeerd. Dit betekent dat als het Groot-Brittannië de Europese Unie verlaat erop zich geen gevolgen zijn ten aanzien van de geïmplementeerde richtlijnen.

Tot slot

In de tussentijd wachten wij met spanning af wat de concrete uitkomsten worden. Heeft u nog vragen over eventuele fiscale veranderingen op dit moment? Of heeft u andere vragen met betrekking tot de Brexit? Stuur dan een mail naar info@sfaa.nl of bel ons op 020 26 10 73. We helpen u graag om ook uw handel met buitenlandse partners te optimaliseren.

Energiebewust ondernemen, geld besparen én subsidie ontvangen? Het kan!

Met uw bedrijf energiebewust ondernemen én geld terugverdienen? Dat lijkt te mooi om waard te zijn, maar dankzij de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) is het ook voor zakelijke gebruikers mogelijk om een subsidieaanvraag in te dienen.

In deze blog leggen we uit wanneer je ervoor in aanmerking komt. Lees dus snel verder welke mogelijkheden u heeft om geld te besparen (en het milieu een handje te helpen).

De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) is door de regering in het leven geroepen voor zowel particulieren als ondernemers. Dankzij het energieakkoord van de regering is het mogelijk om energie bewust te ondernemen, zonder dat de kosten de pan uit stijgen. Het akkoord loopt tot 2020, maar wij raden u aan zo snel mogelijk gebruik te maken van de subsidie. U kunt als ondernemer subsidie krijgen wanneer u investeert in;

• Zonneboilers,
• Biomassa ketels,
• Pelletkachels en/of,
• Warmte te pompen

U komt al in aanmerking als u beschikt over een geldig KvK-nummer. Dus voor zowel de ZZP’ers als VOF’en, BV/NV’s, verenigingen, maatschappen en stichtingen liggen er kansen om energie bewust te ondernemen!

Let op! Er is maximaal € 70 miljoen beschikbaar in 2016

Voor de subsidieaanvraag vult u via deze link de aanvraag in, maar let wel op dat er voor 2016 een maximaal budget van € 70 miljoen is gereserveerd. Wees er dus snel bij, want op=op (aldus de overheid).

Kijk voor meer informatie op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Meer weten?

Wilt u hulp bij de aanvraag van de ISDE subsidie, of heeft u andere vragen over het verkrijgen van subsidies voor ondernemers? Neem dan gerust contact met ons op! Bel ons op 020-2610723 of mail naar info@sfaa.nl. We helpen u graag met energiebewust ondernemen, geld besparen en subsidies te innen van de overheid.Energiebewust ondernemen, geld besparen door te investeren in duurzame apparaten én rijkssubsidie ontvangen, het kan!

Ondernemen in het buitenland

Als u internationaal onderneemt krijgt u al snel te maken met andere valuta. Een inkoop of verkoop in Engeland is hiervoor immers al genoeg. Hoe kunt u omgaan met de risico’s die de schommelende wisselkoersen met zich mee brengen?

Het risico

De huidige valutakoersen kunt u zien op de site van de ECB: https://www.ecb.europa.eu/stats/exchange/eurofxref/html/index.en.html. Hierop staat vermeld hoeveel €1 waard is. De site biedt ook de mogelijkheid om terug te kijken naar historische koersen.

In de dagelijkse transacties kan een valutarisico tot uiting komen door de tijd die er verstrijkt tussen het maken van de overeenkomst, waarbij u voor uw in- of verkoopprijs op een bepaalde koers rekent, en het moment waarop de betaling plaatsvindt. Dit risico wordt verhoudingsgewijs extra groot als concurrenten niet te maken hebben met de betreffende valuta. Een heel ander soort risico ontstaat doordat u heeft geïnvesteerd in een ander valutagebied.

Het in kaart brengen van de risico’s die u loopt is een belangrijke eerste stap. Hiermee kunt u over het algemeen in acht nemen dat de grote veelgebruikte valuta als de Euro en de Amerikaanse Dollar minder fluctueren dan de minder gebruikte valuta. Het doorrekenen van diverse scenario’s geeft u een goed beeld van de risico’s die u loopt.

Methoden om het risico te beperken

Het risico neemt toe over de tijd. Als u nu op een bepaalde koers rekent is het nadeel dat deze koers grote schommelingen heeft doorgemaakt over 3 maanden groter dan over 2 weken. Daarom is het hanteren van korte betalingstermijnen verstandig. Ook de bankprocessen spelen hierin een rol, dus welke banken er worden gebruikt is een belangrijke variabele.

In sommige gevallen kunt u valutaschommelingen afwentelen op uw afnemer. Zo kunt u bijvoorbeeld contractueel vastleggen dat de prijs omhoog gaat als uw inkoopprijs omhoog gaat als gevolg van valutaschommelingen. Zo wordt er vaak voor gekozen om de kosten door te berekenen op basis van de wisselkoers op de dag dat het product verscheept wordt of de dienst geleverd wordt. Een andere mogelijkheid is om uw marge zo vast te stellen dat valutaschommelingen hierbinnen kunnen worden opgevangen.

Met termijncontracten kunt u zichzelf verzekeren tegen de risico’s. Vooraf spreekt u af op een bepaald moment gebruik te mogen maken van een vastgestelde wisselkoers. Dit is met name interessant als het om een grote transactie over langere tijd gaat. Ook opties op een valuta kunnen op een vergelijkbare manier worden ingezet.

Wanneer u geregeld handel bedrijft in dezelfde vreemde valuta, kunt u er ook voor kiezen om hier een speciale rekening voor te openen. Op deze manier kunt u handelen met uw buitenlandse partners en op het moment dat u de koers gunstig acht, geld heen en weer verplaatsen van of naar uw Euro rekening. Als u ontvangsten én uitgaven heeft in dezelfde vreemde valuta kunt u deze via deze rekening ook tegen elkaar wegstrepen, u betaalt uw inkopen in deze valuta uit de ontvangen bedragen van verkopen.

Tot slot

Voor de keuze van uw partner in de valutahandel is de prijs uiteraard een belangrijk criterium. Let u echter ook op de veiligheid van uw transacties en de snelheid van het gebruikte IT-systeem.

Het handelen in buitenlandse valuta kan niet altijd onbeperkt. Er zijn landen die restricties hebben aan de in- dan wel export zijde van hun valuta.

SUPERTIP

Snel de huidige koers omrekenen? Google kan dit makkelijk voor u doen! Toets in plaats van een zoekterm het bedrag in met de 3 letterige afkorting van de valuta, “to” en vervolgens de drie letterige afkorting van de valuta waar u heen wilt rekenen. Bijvoorbeeld:  “250 EUR to USD”. Heeft u Google ingesteld als uw standaard zoekmachine? Dan kunt u dit zelfs in de browserbalk doen!

SFAA ondersteunt u graag in uw buitenlandse activiteiten. Zowel voor een adviestraject als voor de dagelijkse operatie helpen wij u graag. Bel ons voor meer informatie op 020-2610723 of mail naar info@sfaa.nlondernemen in het buitenland

Loondoorbetalingsplicht voor werkgevers verkort

Vorige week kondigde het kabinet aan dat de maximale hoogte van de loondoorbetalingsplicht voor werkgevers verkort wordt. Werkgeversorganisaties zijn al enige tijd met het kabinet in gesprek om de werkgeverrisico`s te beperken bij ziekte van de werknemer, omdat dit een drempel zou zijn om meer personeel aan te nemen. Als de werkgevers sneller nieuw personeel aannemen is dit goed voor de arbeidsmarkt, de werknemers hebben er dus ook voordeel bij!

Hoe werkt het?

Als een werknemer ziek is, dan wordt het loon dat hij normaliter verdient doorbetaald. Dit is een loondoorbetaling door de werkgever of een ziektewetuitkering door het UWV. Een ziektewetuitkering (zoals bijvoorbeeld zwangerschap) wordt door het UWV betaald en bedraagt 70 procent van het loon verdient in het laatste jaar, maar geldt alleen als de werknemer onder de no-riskpolis valt. Als dit het geval is dan is dit is goed nieuws voor de werkgever, hij hoeft het loon van zijn werknemer niet door te betalen. Valt de werknemer niet onder de no-riskpolis dan moet de werkgever het loon van zijn werknemer wel betalen.

Vernieuwde loondoorbetalingsregelen

Hoe de nieuwe loondoorbetalingsregel precies werkt of wanneer die precies in werking gaat is nog niet helemaal duidelijk, maar de werkgever krijgt sowieso meer invloed. Waarschijnlijk zal het ongeveer zo zijn dat wanneer de werkgever niet van mening is dat hij het loon hoeft te betalen, dan moet hij aantonen dat de situatie voor rekening van de werknemer komt. De werknemer is dan verplicht om zijn eigen loon doorbetalen. De vernieuwde loondoorbelastingsregeling gaat waarschijnlijk rond 1 april 2016 in werking. Als er precies duidelijk is hoe deze nieuwe wetgeving eruit ziet dan zullen wij u op de hoogte brengen!

Heeft u nog vragen / opmerkingen over de loondoorbetalingsplicht? Mail ons op info@sfaa.nl of bel 020 26 10 723

Loondoorbetalingsplicht voor werkgevers verkort

De vernieuwde werkkostenregeling

 De vernieuwde werkostenregeling

Sinds 1 januari 2015 is de vernieuwde werkkostenregelingwet van toepassing. Door deze regeling kunt u het maximale percentage van 1,2 % van uw totale fiscale loon (de ‘vrije ruimte’) besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers. Eerst waren er verschillende regels en wetten omtrent deze vergoedingen en verstrekkingen, dit is nu samengevoegd in de vernieuwde werkkostenregeling (WKR).

Verschillen met oude regeling

De vernieuwde WKR heeft een paar kleine aanpassingen die voor u van invloed zijn. Zo daalt het percentage van de vrije ruimte van 1,5% naar 1,2 %, het lijkt er dus op dat er minder te besteden is, maar omdat er flexibeler wordt omgegaan met vergoedingen en verstrekkingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van de functie, houdt men in de praktijk juist meer over.

Het noodzakelijkheidscriterium was één groot discussiepunt tijdens de oude regeling. Dit criterium wordt in de nieuwe werkkostenregeling versimpeld. Voorheen mochten gereedschappen, computers en mobiele apparaten alleen in het werkostenregeling budget worden opgenomen wanneer ze voor meer dan 90% zakelijk gebruikt worden, ook mocht het object de werkplek niet verlaten.
Een leraar kon bijvoorbeeld niet het lesmateriaal thuis op de tablet nakijken omdat de tablet zich niet op de werkplek bevindt.

Vooral dat het object de werkplek niet mocht verlaten, maakte de zaken erg lastig. In de nieuwe werkostenregeling wordt dit versoepeld. Als het gereedschap en/of het mobiele communicatiemiddel noodzakelijk is voor het uitoefenen van de functie, dan mag het buiten het WKR-budget verstrekt worden en mee worden genomen naar huis.

U houdt meer over

De daling van het budget van 1,5% naar 1,2% wordt dus goedgemaakt door het invoeren van het noodzakelijkheidscriterium die nu buiten de WKR valt. Zo heeft u nog ruimschoots de gelegenheid om uw personeel extra’s aan te bieden die zij via het brutoloon mogen aankopen. U kunt nu laptops, tablets en mobiele telefoons laten verrekenen via het brutoloon.

Heeft u nog verdere vragen of wilt u meer informatie? Mail ons op info@sfaa.nl of bel 020 26 10 723.De vernieuwde werkkostenregeling